GEERT VERDICKT (BUURMAN) - 1/11/19

Artiest info
website  
 

 

 

 

Vijf platen ver in zijn carrière is Geert Verdickt, zanger en songschrijver van Buurman, eindelijk toe aan zijn breakup-plaat. Geen lachertje, maar zoals alle grote songschrijvers weet hij er naast vlijmscherpe observaties van het romantische falen, een boodschap van hoop en licht uit te laten opstijgen. Op de plaat die ‘Einzelgänger’ werd gedoopt, staan Verdickts songs van hartzeer en hoop.


Zie je dit ook als een solo-plaat of benoem je deze cd zelf toch anders?

Het is een plaat die ik solo ga brengen in de theaters, ook solo in die zin dat hij Einzelgänger heet en dat de liedjes gaan over het alleen komen te staan. Het is een break-up plaat. Ik heb alle nummers zelf geschreven buiten twee, daarna ben ik met producer Jeroen naar Ierland gegaan om die in te spelen. Het is dus solo op meerdere vlakken en toch weer niet, want ik kon rekenen op een hele fijne bende mensen die me bijstonden.

Vanwaar de keuze om nu even Buurman op zij te leggen?


Ik heb niet het gevoel dat ik Buurman opzij leg, want achter de schermen hebben ze me heel goed geholpen. Ik heb het gevoel dat ik dit verhaal alleen moest vertellen, ook live. Na 15 jaar had ik een break-up en daar moest ik alleen door. De nummers heb ik in die ‘alleenigheid’ geschreven, niet in eenzaamheid. Dat is wat anders. Ik moest dit verhaal alleen vertellen. De schaduw van Buurman hangt over mij, het is zeker geen eindpunt van de band, de volgende plaat staat al in de stelling trouwens.

Hoe anders klinkt Geert Verdickt solo in vergelijking met Buurman?

De nummers zijn gewoon vanuit een ander gevoel geschreven. Ik voelde een soort stuwing, die nummers kwamen gewoon toegewaaid in de laatste twee, drie jaar. De nummers zijn vanuit een ander gevoel geschreven dan de voorbije Buurman-songs. Het maakproces was ook anders. Bij Buurman breng ik in nummers in de groep die ze samen met mij aankleden. Nu zijn de liedjes geschreven in de geborgenheid van mijn keuken waar ook de piano staat. Die geborgenheid vond ik ook in de studio in Ierland.

Hoe avontuurlijk was het om in Ierland of all places de plaat te gaan opnemen?

Op het eiland aan de Ierse westkust woont hoop en al 200 man, daar hebben we een kleine studio gevonden. We zaten als het ware aan het einde van de wereld. Dat zit wel mee in de plaat. In het zingen hoor je dat ook, mede dankzij Jeroen Swinnen. Hij heeft mijn twijfels weggenomen toen ik dacht dat het te persoonlijk was. Daardoor kon ik open zingen. Multi-instrumentalist Yello Staelens heeft samen met mij in rudimentaire studio, meer een soort hut eigenlijk, geïsoleerd van de buitenwereld, de perfecte, intieme en uiterst breekbare soundtrack bij mijn songs gemaakt.

Hoe kwetsbaar heb je je opgesteld?

Het is veel persoonlijker dan de Buurman-platen. Hoe persoonlijk je wordt, hoe universeler het soms overkomt. Dat vind ik heel bijzonder om te merken. Dat hoorde je ook bij de eerste single. De mensen die het hoorden voor het eerst zagen daar elk hun eigen verhaal in. Dat vond ik wel mooi. Soms twijfelde ik of de wereld wel nood had aan zoiets persoonlijks. Toch is het geen plaat waarbij iemand zit te jammeren. Het is heel makkelijk om boos te zijn of mee te gaan in de angst. Ik geloof in het omgekeerde, de verbeelding, de liefde.

Is dat een beetje tegen de stroom ingaan?

Het is mijn drive. Als ik iets te vertellen heb, is het in die richting. Dat wens ik ook de wereld toe. Ik ga geen platen maken om de wereld te verbeteren. Die gedachte komt niet in me op. Ik wil mensen wat perspectief mee geven met de plaat, zoals ook mijn gezin. Daar wil ik wel voor staan.

Hoe was het om het nummer ‘Splinterkind’ op de plaat te krijgen, een song die letterlijk over je scheiding gaat.

Het liedje is ontstaan in een soort stuwing, het vloeide er gewoon uit eens ik het thema beet had. Ik was op reis met mijn kinderen met een camper drie weken lang en zat heel dicht bij mijn kinderen toen. Ik wou echt iets maken voor hen. Zij moesten dealen met de beslissing van hun papa en mama. De eerste zinnen kwamen heel gewoon tijdens een autorit. Het was een song die zichzelf schreef, ook al was ik er vooraf hard over aan het nadenken. De eerste take van het nummer was er meteen boenk op en die versie hebben we ook gehouden.

Zal het anders zijn om zonder je Buurman-kompanen op het podium te staan?

Het zal wel even wennen zijn, al ging het me meteen goed af tijdens de try-outs. Ik vond het fijn om een zekere ‘losheid’ te beleven. Met de band moet iedereen mee zijn en is het wat ingewikkelder. Alles moet afgesproken zijn, nu kan het alle kanten op. Dat geeft ook een zekere spanning, maar tegelijk is die ook een uitdaging. Ik heb er gewoon heel veel zin in. Even strippen naar ‘man met gitaar’, back to the essentie.

Steven Vanhamme